Pagina's

donderdag 7 juli 2016

Mijn PTSS


Het is onzichtbaar en meestal goed onder controle, maar af en toe verlies ik de grenzen van mijn kunnen en pats dan is het er weer.

Tijdens mijn zwangerschap heb ik 5 maanden onder enorme stress gestaan. De periode daarna was moeilijk. Toen mijn dochter 1,5 jaar was, wist ik dat er iets niet klopte.


Ik kon er de vinger niet op leggen, maar ik was mezelf niet en vond het dagelijkse leven erg moeilijk. Depressief was ik niet en genieten van dingen kon ik ook, maar stress-situaties waren funest. Ik kreeg "black-outs", kon op die momenten niet meer goed functioneren: zoiets simpels als mijn autonavigatie bedienen lukte dan niet. Na een toevallig gesprek met een vriendin, heb ik me aangemeld bij een psychologenpraktijk en na een aantal weken was er de diagnose: PTSS. 


Ik ben in therapie gegaan en het deed me goed. Langzaam kreeg ik meer vat op mijn PTSS en kon ik aardig voorspellen wanneer de grens bereikt was. Dat wil niet zeggen dat het vlekkeloos gaat: met vallen en opstaan en iedere dag het gevecht aangaan ben ik een héél eind gekomen.


Nu, 12 jaar later, ben ik trots op wat ik heb bereikt. Alleen kan ik dit trotse gevoel met niemand delen en hoef ik ook geen schouderklopje te verwachten. Dat is het nadeel van een onzichtbare ziekte en natuurlijk ook het voordeel. Niemand merkt het op, dus gemakkelijk te verbergen.


Behalve soms, als ik toch weer over die grenzen heen ga, dan is het er en word ik gemeden. Want gezellig ben ik dan niet.


Soms duurt het dagen voordat ik weer mezelf ben en in die dagen ben ik zielsalleen en de dagelijkse routine vinden is dan een heus gevecht. 

Maar uiteindelijk win ik, iedere keer weer en dat geeft kracht!